Het voorkomen van belastingheffing bij bedrijfsopvolging

de-zwart

Indien er vermogen wordt geschonken of verkregen bij overlijden, dan kan het zijn dat er belasting voldaan dient te worden. In deze bijdrage zal stil gestaan worden bij het voorkomen van schenk- of erfbelasting in geval van bedrijfsopvolging.

Als er sprake is van ondernemingsvermogen is er wetgeving ingevoerd, die ervoor dient om de continuïteit van de onderneming niet in gevaar te brengen. Bedrijfsopvolging wordt gefaciliteerd. We zien dit bijvoorbeeld in de inkomstenbelasting. Zou er geen fiscale faciliteit zijn, dan zou er bij een vervreemding (zoals schenking of overgang bij erfrecht) met de fiscus afgerekend dienen te worden over de stille reserves die in de onderneming aanwezig zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de meerwaarde die in een bedrijfspand schuilt. Het verschil in de waarde in het economisch verkeer en de boekwaarde wordt dan belast. In de wet zijn er regels opgenomen die het mogelijk maken om te zorgen dat er geen belasting verschuldigd is; de bedrijfsopvolging kan dan geruisloos plaatsvinden.

In geval van een schenking of vererving van ondernemingsvermogen kennen we in de Successiewet de zogenaamde Bedrijfsopvolgingsregeling (de BOR). Op verzoek van de verkrijger kan een voorwaardelijke vrijstelling worden verleend indien de verkrijging ondernemingsvermogen omvat. De vrijstelling is aanzienlijk. Zoals aangegeven is het een voorwaardelijke vrijstelling, gericht op de bedrijfscontinuïteit. Zo vervalt de vrijstelling bijvoorbeeld als de onderneming (maar ook bijvoorbeeld aanmerkelijk belang aandelen in een BV) binnen 5 jaar (na overlijden of na de schenking) worden verkocht of de onderneming wordt in die periode gestaakt. Voorts geldt als voorwaarde voor de toepassing van de BOR dat de schenker de onderneming reeds 5 jaar in bezit had. In geval van overlijden geldt als voorwaarde dat de erflater de onderneming reeds 1 jaar in bezit had.

Voordat men aan de toepassing van de BOR toekomt, dient echter eerst beoordeeld te worden of er wel sprake is van een onderneming in de zin van de BOR. Het moet gaan om een objectieve, materiële onderneming.

De Vastgoed BV
Met name over dit laatste punt is er de laatste tijd de nodige discussie tussen de inspecteur en de verkrijgers/bedrijfsopvolgers van aandelen in vastgoedvennootschappen. De vraag die gesteld moet worden is of de aard en omvang van de werkzaamheden van de BV meer omvat dan bij normaal vermogensbeheer gebruikelijk. En voorts of deze werkzaamheden als doel hebben het behalen van rendement dat het bij normaal vermogensbeheer opkomend rendement te boven gaat. Als dit niet zo is, dan stelt de fiscus, dat er geen sprake is van een materiële onderneming en is op de verkrijging door bijvoorbeeld schenking van aanmerkelijk belang aandelen in die BV de BOR niet van toepassing.

Het ontwikkelen en verkopen van vastgoed kan onder omstandigheden een materiële onderneming vormen, zo heeft de wetgever aangegeven. Daarmee is tevens gezegd dat er onder omstandigheden ook sprake kan zijn van een situatie dat er geen materiële onderneming is en de bedrijfsopvolging tot belastingheffing leidt. De rechtspraak is nog volop in beweging en het belang mag duidelijk zijn.

Mocht u nog een nadere toelichting wensen, dan kunt u altijd een vrijblijvende afspraak maken met Notariskantoor De Zwart.

 

Geef als eerste een reactie op "Het voorkomen van belastingheffing bij bedrijfsopvolging"

Uw reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd


*